hit counter joomla

Adventskalender 2017: Kwetsbaar als een kind

adventskalender2017

bestel de kalender

Samen Verder ontvangen via e-mail?

Meld u hier aan!

samenverder

Door u te abonneren op de digitale versie van de SV helpt u om de kosten te drukken en de bezorglast te verminderen.

anbi logo

Het werd avond en het werd morgen (Genesis 1:4)

Als het bij ons 00.00 uur is, middernacht, begint er een nieuwe dag. Deze nieuwe dag start om 12 uur ’s nachts ín de duisternis. We gaan eerst een deel van de donkere nacht door, leven daarna urenlang in het licht van de dag en duiken dan het donker weer in. Dan is onze dag rond. We eindigen de dag met dezelfde duisternis als die waarmee we deze begonnen. In feite gaan we van duisternis naar duisternis. Het licht is erdoor omgeven. Zit ertussen gevangen, zou je ook kunnen zeggen.
In de Bijbel kijkt men anders tegen dag en nacht aan.
De nieuwe dag begint in dat Bronnenboek ’s avonds. Rabbijnen hebben in het verleden het exacte moment bepaald: het moment, waarop in de avondschemering drie sterren aan de hemel te tellen zijn. Bij het vallen van de nacht begint de nieuwe dag. In Joodse ogen en met een bijbelse blik gaan we eerst de hele nacht door en worstelen we als het ware met de duisternis.
Hebben we deze overwonnen, dán wordt het licht. De dag is het stralende teken van de overwinning. De donkere macht móet het afleggen tegen het licht dat telkens weer geschonken wordt. In de Bijbel eindigt de dag in het licht. Het is het licht dat overwint.

 Daarom staat er in het scheppingsverhaal van Genesis 1 telkens: ‘Het werd avond en het werd morgen’. In díe volgorde. Eerst gaan we de nacht door om de weldaad van Gods dag bevrijd en wel te vieren in het volle licht.
Ik vind dit altijd een mooie gedachte. Het daglicht zit niet, zoals bij ons, gevangen tussen twee duisternissen, maar is juist dag na dag het zonneklare teken van Gods overwinning.
Je zou kunnen proberen je deze dagindeling eigen te maken. Ik pas het toe op kerstavond.
Nu wij op deze avond in onze kerken samengekomen zijn om te zingen dat het een lieve lust is, zijn we niet aan het einde van de dag aangeland. We hebben niet al uren en uren achter de rug, waardoor we vermoeid zijn geraakt. (Er is ook zóveel dat ons bezighoudt…). We zijn al helemaal niet aan het eind van ons Latijn. Dat ligt allemaal achter ons; dat behoort bij de oude dag, de dag die we al doorleefd hebben.
Nu er boven Alkmaar drie sterren te tellen zijn (wellicht áchter de wolken…), beginnen we aan een nieuwe dag. We kijken niet achterom, maar zijn toekomstgericht: we staan op de drempel van de volgende dag met nieuwe kansen. We zijn metéén op pad gegaan om deze dag te vieren. We gaan vol goede moed de donkerte in, in het vertrouwen dat de nacht ten einde zal lopen en het licht zal overwinnen. De geboorte van Christus is voor ons hét stralende teken! Hem bezingen wij. Hij zal ons immers voeren uit de nacht in het licht. Het was (kerst)avond en het wórdt morgen. In díe volgorde.
Ons zingen is meer dan enkel vrolijk gezang; ons zingen is ook een daad van verzet tegen de duisternis. We nemen het niet, dat de vorst van de duisternis zoveel mensen monddood maakt, zoveel geluk vernielt, zoveel angst zaait in de wereld. Kerstavondgangers protesteren met hun gezang tegen wat het daglicht niet kan verdragen, tegen alles wat Gods bedoeling in de weg staat.
Ja, aan het begin van de nieuwe dag zingen we de duisternis weg en daardoor wordt het al wat licht. We zijn op kerstavond herauten van de nieuwe dag, aankondigers van het overwinnend licht van Christus en boodschappers van de vrede.
We geloven niet dat het licht voorgoed gevangen zit tussen twee duisternissen, maar vertrouwen erop, dat alles zal uitlopen op een stralende dag, waarvan God zal zeggen: ’Zie, deze is zeer goed!’.
Op deze avond, waarop we de geboorte van Jezus vieren, zingen wij onze liederen ter ere van Hem, de Lichtbrenger, de Morgenster. Leve dit ‘Licht der wereld’ en deze ‘Zonne der gerechtigheid’!
Voor de dag ermee!

Nielspeter Jans