hit counter joomla

Adventskalender 2017: Kwetsbaar als een kind

adventskalender2017

bestel de kalender

Samen Verder ontvangen via e-mail?

Meld u hier aan!

samenverder

Door u te abonneren op de digitale versie van de SV helpt u om de kosten te drukken en de bezorglast te verminderen.

anbi logo

Kerstverhaal

Beatrijs loopt met haar zoontje Harold door een drukke winkelstraat. Beatrijs wordt geplaagd door vervelende en sombere gedachten. Wat is dat voor wereld waarin haar zoontje opgroeit? Beatrijs bedenkt dat - verspreid over de wereld - dagelijks mensen gewoon vermoord worden. De terreuraanslagen in Parijs van vrijdag 13 november hebben haar achteraf meer aangegrepen dan ze zelf had verwacht. Mensen kennen Beatrijs als een sociaal en actief iemand. Nooit te beroerd om naast haar werk in de thuiszorg de handen uit de mouwen te steken: bij de kerk, de school van Harold en haar andere zoon Andrew, en ze onderhoudt daarnaast verschillende vriendschapsrelaties. Op dit moment kan het haar allemaal gestolen worden. De grijnzende koppen van Kerstmannen, rare herten en knipperende lichtjes maken bijna dat Beatrijs het inwendig op een gillen zet.

Ze heeft ineens totaal geen zin om voorbereidingen te treffen voor het kerstfeest. Niet in de kerk, niet op school en thuis al helemaal niet. ‘Mamma’, Beatrijs hoort aan de intonatie dat Harold haar een vraag gaat stellen. Om te voorkomen dat die vraag er komt en Beatrijs wellicht nee moet zeggen – zij is namelijk in de stemming om overal nee op te antwoorden - zegt Beatrijs: “ja lieverd, wat wil jij mij vertellen?” Harold zegt: “nee mamma, ik wil jou niet iets vertellen, ik wil jou iets vragen”. “Wanneer gaan we de kerstboom versieren? Misschien moeten wij nog wat extra ballen kopen!” Het is alsof Beatrijs bevriest: welke kerstboom, waar heeft Harold het over, hoe kunnen wij blij zijn en gewoon feestvieren, terwijl er zoveel leed is in de wereld en er overal vluchtelingen zijn. Onwillekeurig kijkt zij om zich heen, maar Beatrijs ziet geen mensenstromen voorbij strompelen. Hoe dan ook, er komt dit jaar geen kerstboom in huis. Harold denkt dat zijn moeder het niet goed heeft gehoord en herhaalt zijn vraag. Beatrijs antwoordt: “ik weet het niet, Harold, misschien is het beter voor het milieu als we dit jaar geen kerstboom nemen”. Harold trekt zijn hand uit de hand van zijn moeder en roept verontwaardigd uit: “maar we kunnen toch die van vorig jaar uit de tuin nemen!” Beatrijs: “je weet dat je per dag drie maal het woord maar in de mond mag nemen en dit was na vanmorgen nummer 4”. En dan is Harold boos. Voor hem hoeft dat hele kerstfeest ook eigenlijk helemaal niet. Kinderachtig feest! Na een paar minuten bast hij het lelijkste dat hij net heeft kunnen verzinnen - zonder dat hij er maar iets van meent, want hij is dol op zijn oma - : “ik ga dit jaar niet mee naar oma!” Ohhh, krijgen we dat weer. Was vorig jaar Andrew weerbarstig en nu is dat die doorgaans zo coole Harold. “Kom, we gaan snel brood kopen en dan naar huis”. Thuisgekomen vraagt pappa Stephen in scherts of ze kerstinkopen hebben gedaan. Harold is Beatrijs voor door te schreeuwen: “nee we vieren dit jaar geen kerst!” Om haar tranen te verbergen loopt Beatrijs snel naar de slaapkamer. Stephen loopt naar Beatrijs. Hij wil haar troosten. Zelf heeft hij helemaal niks met kerst. Vroeger bij zijn ouders in London met die sokken en arrensledes was het helemaal een show, vond Stephen. Hij was blij dat hij daar af was. Wel vond hij het aandoenlijk om te zien hoe Beatrijs oprecht geroerd kon zijn door het kerstverhaal. Een paar jaar geleden had zij voor het diner begon het kerstverhaal in haar eigen woorden verteld. Stephen had haar uitgelachen en telkens verbeterd, zwaaiend met een oude bijbelvertaling in zijn hand. Stephen gaat de slaapkamer binnen. Hij zegt: “lieve Beatrijs, ik ben ook verdrietig door wat er allemaal gebeurt in de wereld, maar ik zou het helemaal verdrietig vinden als jij ophoudt met kerstvieren. Wat moeten we zonder dat verhaal? Beatrijs, ik zou het echt fijn vinden als jij dit jaar weer een kerstverhaal vertelt in je eigen woorden. Ik beloof je, ik zal niet zo rottig doen als toen. Denk er maar over na. Dan ga ik met Harold de boom uitgraven”.

Yvonne Bos