hit counter joomla
Folder Kerkbalans 2018

Samen Verder ontvangen via e-mail?

Meld u hier aan!

samenverder

Door u te abonneren op de digitale versie van de SV helpt u om de kosten te drukken en de bezorglast te verminderen.

anbi logo

Tussen carnaval en Pasen

Tussen carnaval en Pasen liggen de veertig dagen. Als je begint te tellen bij Aswoensdag en je telt de zondagen niet mee kom je na veertig dagen terecht bij Pasen. Vroeger noemden we deze periode in de Protestantse kerk de lijdenstijd. We gingen ons concentreren op het lijden van Jezus van Nazareth. In de kerk is dat te zien aan de kleur rond de avondmaalstafel. Die is deze weken paars, de kleur van rouw en inkeer.

Maar tegenwoordig spreken we over de veertigdagentijd. Dat heeft verschillende achtergronden. De eerste is een toenemende belangstelling voor gebruiken in de Rooms Katholieke kerk. Daar is het de gewoonte om in die veertigdagentijd te vasten. Geen drank, geen snoep, geen overmatige maaltijden, geen luxe bij thee en koffie. Ook protestanten zijn gaan vasten. Velen zijn daarbij tot de ontdekking gekomen dat protestanten vanzelf al geneigd zijn wat soberder te leven. Die houding heeft ons per slot van rekening de welvaart en het kapitalisme opgeleverd. Maar er zijn altijd zaken waar je al dan niet tijdelijk afstand kan doen. Sommigen laten veertig dagen lang de auto staan, nemen de fiets en het openbaar vervoer. Anderen laten deelname aan de sociale media achterwege, veertig dagen lang geen Twitter of Facebook. Het vasten dat protestanten kennen, levert vaak een betere wereld op. Je concentreren op Fair Trade producten, biologisch eten, de auto laten staan, geen vlees eten zijn zaken waarmee gezinnen en individuen bij kunnen dragen aan een betere wereld. Voor een aantal mensen bevalt die verandering in hun dagelijkse gewoonten zo goed dat ze dat daarna ook blijven doen. Wie als protestant spreekt over veertig dagen vasten moet onwillekeurig denken aan de veertig dagen die Jezus van Nazareth in de woestijn doorbracht nadat hij gedoopt was door Johannes. Marcus vertelt ons dat hij direct na zijn doop door de geest naar de woestijn werd gevoerd. Johannes doopte in de Jordaan maar woonde ook zelf in de woestijn. In de Bijbel speelt de woestijn een heel bijzondere rol. Het is een plaats des doods want voedsel en drinken zijn niet zomaar te vinden. Honger en dorst zijn er niet ongewoon. Maar het volk Israël moest veertig jaar door de woestijn trekken alvorens aan te komen in het land dat overvloeide van melk en honing. Midden in die woestijn kregen ze goddelijke richtlijnen waarmee ze een menselijke samenleving zouden kunnen inrichten. Jezus van Nazareth werd verleid om te worstelen met die richtlijnen. Uiteindelijk blijkt het niet om je eigen welzijn te gaan maar om de zorg voor de armen. Brood uit stenen, engelen die je dragen, de baas worden over de wereld, het zijn allemaal zaken die er niet toe doen. God eren door goed te doen voor anderen, daar gaat het om. Zo moeten wij ook ons eigen vasten tijdens de veertigdagentijd tijd verstaan. We worden er zelf niet beter van. Dat vasten brengt ons ook niet dichter bij een probleemvrij leven. De tijd tussen carnaval en Pasen loopt uit op de kruisiging van Jezus. En die kruisiging was niet een feestje in een stad met gevoelige liedjes en een plastic kruis met ledverlichting dat rondgedragen werd door vrome burgers. Het was het tegendeel. Jezus moest zijn ruwhouten kruis zelf dragen en gewond door de martelingen die hij had moeten ondergaan moest daar zelfs hulp van een voorbijganger aan te pas komen. Dat vrome volk had gekozen voor een gewapende opstand door Bar-Abbas te kiezen en tegen het vormen van een gemeenschap rond het “heb je naaste lief als jezelf”. De kruisiging zelf was een uiterst wrede dood. Urenlang hingen de gekruisigden in de brandende zon terwijl hun bloed, hun kracht en het leven langzaam uit hen wegvloeiden. Maar zelfs onder deze onmenselijke toestanden bleef Jezus voor anderen zorgen. Voor hen die hem hadden laten kruisigen, voor zijn moeder, voor een medegekruisigde. Zo mogen ook wij ons vasten, onze veertigdagentijdtijd in dienst stellen van de liefde voor de naaste. De woestijn geeft ook de kans om tekeningen te maken voor een andere samenleving, lijnen in het zand. Niets ligt vast maar er is veel uit te proberen. En op de zondagen die niet meetellen wordt het goede nieuws verkondigd. Uiteindelijk loopt ons verhaal uit op de overwinning op de dood, laten we dus tegen de dodende elementen uit onze samenleving opstaan.

Bas van der Bent