hit counter joomla
Kerstwandeling

Gesloten

geslotenvan 21 december t/m 7 januari
is het kerkelijk bureau
gesloten


Samen Verder ontvangen via e-mail?

Meld u hier aan!

samenverder

Door u te abonneren op de digitale versie van de SV helpt u om de kosten te drukken en de bezorglast te verminderen.

anbi logo

Even Voorstellen...

Op een zonnige dinsdagmiddag bel ik aan bij een huis in Alkmaar-Noord om een van onze actiefste gemeenteleden eens in het spreekwoordelijke zonnetje te kunnen zetten, namelijk Gerard Kluft.
Ondanks het prachtige weer besluiten we het gesprek toch maar binnen in de huiskamer te houden. Niet alleen de muren, ook de buren hebben oren. En niet alles hoeft natuurlijk op straat te komen liggen…

Er valt genoeg te zien in het huis waarin hij met zijn man Jack woont. Ik waan mij even terug in de tijd, dit is zeker geen Ikea-inrichting. Religieuze kunst aan de muur, Christus- en Mariabeelden, een heel oud pijpharmonium (waar zie je die nog?), diverse antieke platenspelers, kortom genoeg te zien en te bewonderen. In de tuin twee bejaarde kippen en ergens in huis houdt een kat zich schuil.

In de winter van 1954 wordt Gerard geboren in een traditioneel Apeldoorns gezin. Vader en moeder zijn “Hervormd op Gereformeerde grondslag”, oftewel “Gereformeerde Bonders”. Gerard heeft dan al een oudere broer en zus. Zijn broer heeft, wat ze noemen, een “schoonheidsfoutje” en heeft tot zijn dood in november vorig jaar speciale zorg nodig.
Vader Kluft is bakker in een tijd dat de “warme bakker” in opkomst is en hij en zijn vrouw zijn zo druk met de winkel dat er weinig tijd voor de kinderen overblijft. “Ik moest veel zelf maar uitzoeken en ’s middags stil zijn want dan moest mijn vader slapen”. Als zijn zus oud genoeg is om in de zaak mee te helpen krijgt zijn moeder het iets rustiger.
Gerards vader ziet in Gerard een troonopvolger dus leert Gerard voor bakker op de L.T.S. Maar helaas, aangezien hij astmatisch is wordt hij, na het behalen van het eerste diploma, afgekeurd voor het bakkersvak. Hierna werkt hij jarenlang in een herenmodezaak, heel wat anders dus.

Als er op een dag een kok wordt gezocht in het Oude Mannen- en Vrouwenhuis van de Hervormde Diaconie in Apeldoorn, waar zijn vader het brood bezorgt, solliciteert Gerard naar die baan. Zijn ouders gaan mee op sollicitatiegesprek. “Er werd voor je gedacht”, zegt hij nu.
Later, als hij begin 20 is, gaat hij in een humanistisch bejaardencentrum in Bloemendaal werken en zal daar 35 jaar blijven. Intussen trouwt hij met Toos. Want alhoewel hij al vanaf zijn puberteit weet hoe het werkelijk zit, zal het nog tot zijn 40e jaar duren voor hij publiekelijk “uit de kast” durft te komen. Voor zijn ouders, en zeker voor zijn moeder, valt Gerards geaardheid niet mee maar toch zegt zijn vader hem op een dag dat het met Gerard wel goed gaat komen.

Uit het huwelijk met Toos wordt een zoon geboren: Remco. Remco is inmiddels al bijna 37 jaar oud en gelukkig heeft Gerard met hem en Toos nog steeds een goed contact. Gerard en Toos kopen een huis in een volksbuurt in Haarlem maar na een bezoek aan Alkmaar wordt Gerard “verliefd” op een huis in de Goereestraat. Remco is 6 als het gezin naar Alkmaar verhuist maar in zijn puberteit scheiden Gerard en Toos en blijft Remco bij zijn moeder wonen. Na een tijdje wordt ook het huis aan de Goereestraat verkocht.
Na een reorganisatie in Bloemendaal zit Gerard 4 maanden zonder werk maar daarna wordt hij aangenomen in het Sarphatihuis in Amsterdam en vervolgens bij Nellestein en de zusters Ursulinen in Bergen als hoofd van de keuken. Bij de zusters heeft hij naar eigen zeggen een geweldige tijd maar ook daar moet worden gereorganiseerd en inmiddels is Gerard al 3 jaar met pensioen.

Via een advertentie leert Gerard intussen, na een depressieve periode, Jack kennen. Er is in eerste instantie geen klik maar als Gerard 1½ jaar later op een andere advertentie reageert, blijkt deze van dezelfde Jack te zijn en wordt het contact hersteld. Gerard wil hun relatie graag in laten zegenen in de kerk maar ds. Rien Erkelens wil eerst een trouwboekje zien dus wordt er getrouwd. De inzegening vindt plaats in de Remonstrantse kerk want in de Immanuëlkerk, waar Gerard inmiddels ambtsdrager is, is de discussie over “het homohuwelijk” net op gang gekomen. 3 Jaar na de inzegening, in 2005, laat Gerard zich echter uitschrijven. “Ik was er klaar mee, dacht wel zonder kerk en geloof te kunnen”, zegt hij. Intussen blijft hij wel naar “Nederland zingt” op t.v. kijken en geven de zusters in Bergen hem een positieve kijk op het leven als christen. En hoort hij op zondagmorgen de klokken van de Blije Mare luiden… Inmiddels is Sibilla Verhagen daar dominee en Gerard besluit weer eens te gaan kijken. En nog een keer. Hij voelt zich zo welkom dat hij blijft en al snel weer ambtsdrager wordt. Hij wordt ouderling, voorzitter van de werkgroep Eredienst, gaat uitvaartdiensten leiden, kookt regelmatig voor de gemeenteleden, begint een stoelenactie, organiseert zangdiensten, leidt de Paaswake, kortom: hij zet zich voor de volle 100% in. “God heeft mij nooit losgelaten. Hij heeft altijd over mijn schouder meegekeken”. Gerard vindt zichzelf wel een traditionele ouderling. “Bidden met de mensen, Bijbellezen, ik kan niet anders”. Ook vindt hij de kerk vaak te zakelijk. Hij wil liever inhoudelijk over het geloof praten (“Wat geloven wij nou eigenlijk?”) en vindt het jammer dat sommige vergaderingen niet meer met een opening beginnen: “Zo raak je dingen kwijt”.
Onderweg naar huis bedenk ik me dat Gerards vader gelijk had. Met Gerard kwam het inderdaad wel goed!

Letty van der Graaf

alpha


p01
doneer 10